fbpx

Ik ben niet bang voor de dood en ik verwelkom het ook niet. Ik hou van leven

Ik ervaar mezelf als niets, alles en persoon in de wereld. Waarschijnlijk is dat de groei die ieder mens vroeg of laat maakt. Het is een synthese van allerlei percepties waarbij er steeds meer afstand en includering komt van het lichamelijke leven. De paradox is dat ik meer kan voelen, naar mate ik meer afstand ervaar van mijn lichaam, denken en voelen.

In mijn werk vertaalt het zich dat ik me makkelijk kan invoelen in alle identitieiten en hun verhalen. Ik kan er met afstand naar kijken en er helemaal emotioneel van worden. Dat is niet iets wat ik kies, het gebeurt allemaal.

Ik zal eens een paar verhalen omschrijven om je een indruk te geven;

De jongen waar ik op dit moment het meest mee heb is in de twintig. Licht bruine kleur en mooie lichte ogen. Hij neemt zichzelf waar van een afstand en ik herken dat als een spirituele perceptie. De grap is dat dit in de hulpverlening niet zo wordt gezien. Het lijkt soms psychotisch. Hij slikt geen medicatie, want dat weigert hij. Hij is meestal zacht en vriendelijk en ziet de dingen feitelijk. Hij kent de regels van de straat. Zo kwam er iemand aan zijn deur die bedreigde met de dood. Dan weet hij ik moet laten zien dat ik niet bang ben en dan gaat hij met die ruime blik straat gedrag vertonen. Hij verdwijnt er niet in. Ik vind het heerlijk om met hem op pad te zijn, omdat hij zo’n fris perspectief heeft op dingen. Zo vroeg hij me vandaag; heb jij dat wel eens dat je lichaam ineens een kant op beweegt, terwijl je dat niet nog niet zelf wil? Of hij vertelt hoe hij hij rustig wordt als hij naar muziek luistert en eerst focust op de vocals, dan in de achtergrond de gitaart hoort en dan andere instrumenten. Tv kijken moet hij nog leren, want dat gaat veelmte snel en er komen dan onverwachte dingen en dat is in samenspraak met zijn gedachtes te veel impulsen. Het is een enorme gevoeligheid waar hij in beweegt.

Er is nog een jongen waar ik een bijzonder contact mee heb. Zijn vader was medicijnman en na diens dood komen bij hem allerlei energieen en capaciteiten naar boven. We zijn samen aan het kijken met Focussen naar Essentie hoe hij daarmee om kan gaan. Hij ziet tijdens een sessie vooral beelden, essenties en kleuren zoals AH Almaas ze letterlijk beschrijft. Non duale essenties zoals ruimte en liefde die verbonden zijn aan transparante kleuren goud en paars. Voor het focussen kwam hij meer in het piekeren over de beelden en kleuren, omdat hij niet begreep waar het vandaan kwam. Was het nu van hem of werd hij beinvloed door anderen? Nu weet hij hoe hij via de beelden, kleuren en sensaties in de stilte komt en daar kan verblijven.

Weer een andere jongen krijgt steeds achtervolgingswanen, omdat hij zijn vriend vermoord heeft zien worden terwijl hij erbij was. Het schuldgevoel wat hij onbewust heeft komt in de vorm van deze waan naar boven. Het komt met name op als hij alleen thuis zit en hij voelt zich dan zo onveilig dat hij niet meer in zijn huis durft te wonen. Stukje bij beetje leert hij het trauma te doorvoelen en ermee te leven.

Zo zijn er dertig jongens en meiden met een eigen verhaal. Ik kan nog uren doorgaan met schrijven. Voor mij is het een fijne ervaring om vanuit een langdurige zorgzame relatie met hen te zijn. Ik hoef hen niet te veranderen, ik ben er. De meeste clienten functioneren vanuit de volwassenheidspsychologie van Robert Kegan in de keizerlijke/puberale fase waarin hun behoeftes in het moment bevredigd moeten worden. Ze zijn over het algemeen direct en rauw in de communicatie. Het is als hulpverlener eigenlijk steeds uitleggen van de perceptie waarin jijzelf zit. Dat is over algemeen een meer geaccepteerde mind-set in de maatschappij. Vanuit diezelfde theorie is dat de sociale fase.

De dak en thuislozen opvang en gevangenissen zitten vol met mannen die zich niet kunnen of willen aanpassen aan deze sociale normen. Dan ga je over de grenzen van de wet en kom je vast te zitten. De verhalen er achter zijn altijd schrijnend en ze willen niets meer dan een gewone burger worden met een eenvoudig huisje en een inkomen.

Wat ik na twintig jaar hulpverlenen nog steeds niet kan zijn die straat begoetingen met vuisten (boks), slaande handen en korte vaste zinnetjes. Bij iedere jongen is het begroeten anders. Het is enorm opletten; gaat de hand open naar boven of balt hij zich als een vuist of….. Bij mij gaat dat nog steeds vaak mis en de jongens weten dan; geef die ouwe gast maar gewoon een hand, want anders wordt het echt genant.

Meer verhalen over mijn werk…

Share This