fbpx
Ego, Inquiry

Ego en object relatie theorie

Heb je ooit een gedachte gezien?

Wat is ego?
Ego is een zelf organiserend proces wat de energie en informatie stroom in het lichaam reguleert (zelfregulatie). Ego komt voort uit het hele lichaam en de relatie met de omgeving. De zelfregulatie gebeurt door een voortdurend proces van waarnemen en beïnvloeden. Het is een activiteit die voortdurend meet hoe het in het lichaam en buiten het lichaam is. Dit gebeurt vanzelf. De kerntaak van het ego is het lichaam helpen te overleven. Dit werkt voor meer dan vijfennegentig procent onbewust.

Het ego is geen waarneembare solide entiteit en is daarom in zekere zin een illusie. Het is een beweging die elke seconde in het bewustzijn gebeurt. De beweging is waar te nemen door perceptieveranderingen.

De kern van het ego wordt voornamelijk bepaald in de eerste drie jaar van de ontwikkeling van het kind in het contact met de ouders. Het ego komt voort uit een object-relatie constante en is grotendeels opgebouwd uit de vele zich herhalende relationele ervaringen met de ouders. Dit gevoel van ego is dus een samenstelling van drie dingen;

1.Zelfbeeld (subject)

2.Objectbeeld (liefdes object)

3.Gevoelsmatige relatie tussen die twee

Aanwijzing; zie de overeenkomst met de waarnemer (subject), het waargenomene (object) en het waarnemen (de waarnemer).

Ervaringen van de relatie tussen jou en je ouders/opvoeders worden verinnerlijkt en organiseren zichzelf langzaam en zeker als een samenhangend en functionerend geheel. Deze organisatie is de basis van het ego.

Het gevoel van ik komt voort uit deze functie. In de praktijk is te zien dat deze innerlijke organisatie voortdurend (onbewust) geprojecteerd wordt op de waarneming en als een filter werkt. Wanneer de samenstelling van dit filter uitelkaar wordt gehaald door observatie ontstaat er een meer neutrale manier van kijken naar jezelf, anderen en de wereld. Vanuit deze helderheid zou je ook jezelf kunnen herkennen als Kennendheid.

Het moeilijke van het op latere leeftijd ontrafelen van deze objectrelaties is dat de kern zich heeft gevormd in een periode waarbij de verbale en cognitieve functies nog niet volledig ontwikkeld zijn en het geheel op een gevoelsmatig niveau is vastgelegd. De kern van de objectrelaties zijn een fysieke herinnering, waardoor deze patronen met het denken en praten nauwelijks helder worden.

Lichaamswerk en subtiel voelen (inquiry/focussen) is nodig om deze patronen in het licht van bewustzijn te brengen.

Voorbeeld 1.
Feit vroeger.
Mijn moeder heeft mij verlaten op drie jarige leeftijd.

Resultaat filter nu.
1.Zelfbeeld: een vaag gevoel van niet goed genoeg.

2.Object beeld: de ander wordt gezien als de onbereikbare andere die geen steun geeft en mij niet hoort en ziet voor wie ik ben.

3.Relatie: er is een voortdurend aanpassen in de angst dat wanneer ik dat niet doe de relatie verbroken wordt. Terwijl ik me aanpas heb ik toch het gevoel dat ik niet voor de ander zorg. Wat ik wil sneeuwt onder in het samenzijn met belangrijke anderen. Er is een voortdurend gevoel van castratie.

Voorbeeld 2.
Feit vroeger.
Mijn vader sloeg mij.

Resultaat filter nu.
1.Zelfbeeld: een vaag achtergrond gevoel van onveiligheid, angst en verwarring.

2.Objectbeeld: de ander wordt gezien als bedreigend, vijandig en onberekenbaar.

3.Relatie: er is angst en een voortdurend aftasten van de relatie, er is een niet in contact gaan (ontwijken). Het wegstoppen van verlangens en spontane uiting.

Het gevoel van ego-zelf uit het verleden werkt als een projectie filter. Er wordt door dit gevoel naar de wereld gekeken en omdat het een bekend gevoel is wordt het gezien als normaal en worden soortgelijke relaties in het volwassen leven neergezet. De kern van het ego-zelf is dan ook meestal gebouwd op een gevoel van te kort.

Persoon van Essentie.
Door gestructureerd zelfonderzoek vallen deze object-relatie projecties uitelkaar en verdwijnt de overmatige afhankelijkheid en onbewuste overdracht. Er ontstaat een helder functioneren van een autonoom persoon en een ervaring van essenties.

Het grote werk zit in het steeds weer ervaren en doorwerken van de vele object relaties. Het gaat over het herkennen van oude pijnen uit het verleden en zien dat het ‘oud’ is.

De Persoon van Essentie is krachtig onafhankelijk en neemt fris waar in het moment. De plakkerigheid van loyaliteiten, aanpassingsgedrag en idealisering zijn losgeweekt. Het voelt als vrijheid.

Previous Post Next Post

You Might Also Like