fbpx
Leraar-leerling verhouding

Leraar leerling verhouding

Een leraar inspireert en irriteert.

De leraar-leerling verhouding is er meestal een van devotie. Dat gaat gepaard met gevoelens van overgave en liefde. Het ‘grotere’ wordt gezocht door de leraar heen. Het is het zoeken naar de juiste kennis als gevolg van een innerlijk verlangen naar bevrijding.

Psychologisch heeft het contact met een leraar (in het begin) vaak moeder en vader thema’s.

Voor mij is het een groot geschenk geweest om een leraar-leerling band te hebben gehad. De leraar komt zo diep binnen dat het voor beiden belangrijk is hier zorgvuldig mee om te gaan. In overgave kan je hele gevoel van identiteit vermengd worden met de (geprojecteerde) autoriteit van de leraar.

Houdt in je gedachte dat het naast het realiseren wat je bent over zelfstandig zijn gaat.

Overdracht en tegenoverdracht.
In de wisselwerking tussen een leraar en een leerling gaan gevoelens van overdracht en tegen overdracht spelen. Een leraar is en blijft een mens. Er is sprake van overdracht en tegen overdracht wanneer je het filter, waarmee je een persoon kleurt, niet ziet.

Er is positieve en negatieve overdracht. De leraar kan gezien worden als: de redder (positief) of de charlatan (negatief).

De leerling kan gezien worden als: opstandig (negatief) of de ideale leerling (positief).

Overdracht komt voort uit de emotionele behoeften en verlangens van de leerling en/of de leraar. Wanneer de leerling behoefte heeft aan veiligheid, aandacht of zorg en het gevoel krijgt dat de leraar deze behoefte bevredigt, kan er een projectie plaatsvinden. In dit geval gaat het om de projectie van de redder of de ideale geliefde. De leerling projecteert een beeld op de leraar. Als de leraar niet aan deze behoefte voldoet, valt hij van zijn voetstuk. Hij wordt beschouwd als een charlatan of als ongeschikt. De leraar kan ook behoefte hebben aan erkenning en wanneer hij/zij dit niet krijgt, kan de leerling gezien worden als opstandig of niet verantwoordelijk. Als hij/zij de erkenning wel krijgt, wordt de leerling bestempeld als de ideale leerling.

Een voorbeeld van tegenoverdracht is dat de leraar uit het vorige voorbeeld zelf een behoefte heeft (bijvoorbeeld om erkend te worden) en daarmee de behoefte van een leerling (bijvoorbeeld zorg voor mij) bevredigd. Deze wederzijdse roep om bevrediging (overdracht en tegenoverdracht) kan leiden tot een wederzijdse verliefdheid. Dit komt dikwijls voor bij ongelijkwaardige relaties als: therapeut-cliënt, hulpverlener-patiënt en leraar-leerling. Het is naar mijn mening de taak van de leraar om dit te doorzien en er geen misbruik van te maken.

Hoe groter de behoefte, hoe groter de overdracht of tegenoverdracht. De enige remedie tegen dit fenomeen is dat elke behoefte wordt gezien, zodat elke handeling bewust gebeurt. Normaal gesproken loopt een leerling door vier fasen heen;

1. positieve overdracht (leraar is goed)

2. negatieve overdracht (leraar is slecht)

3. overdracht breekt (zien van projecties)

4. overdracht verdwijnt (volwassen contact)

In het contact met leraren heb ik verschillende overdrachtssituaties meegemaakt. In het doorzien van deze dynamiek ontstaat het inzicht dat het allemaal een innerlijke subject-object relatie/projectie is. Uiteindelijk kan alleen de persoon zelf beoordelen wat goed en kwaad is. Gelukkig had ik leraren die niets van mij nodig hadden, waardoor er geen reactie van tegenoverdracht ontstond en het guru-principe helder werd geleefd. Het guru-principe zie ik als bewustzijn wat helderheid verschaft op het gebied van zelfrealisatie. Uiteindelijk ligt het geluk en de helderheid in enkelvoudige aanwezigheid. Dit wordt ons niet verteld tijdens onze opvoeding, school en werk.

Drie ervaringen:

1.Toen ik wist hoe het zat kreeg ik tijdens satsang een enorme uitbrander van mijn leraar. De strekking was dat ik mijn arrogantie moest opgeven. Diep in mijn hart wist ik dat ze gelijk had, maar mijn overtuiging van de waarheid was verstard. Deze confrontatie bracht een gevoel van vernedering te weeg. Het gevolg was dat ik uit angst voor een herhaling van deze pijn de neiging ontstond om deze leraar ontwijken. De kracht van de leraar was dat onder de nee (de uitbrander) een grote ja zat (ik voelde haar liefde voor de waarheid in de confrontatie). Ik moest hierdoor van mezelf beter kijken en ik kon uiteindelijk zien dat er verwarring in mij was. Dit inzicht bracht een verdergaande overgave aan haar en de Realiteit teweeg. Het gevoel van vernedering werd een gevoel van overgave en niet weten. Wat ik me ook nog vaak herinner is dat ze me altijd naar voren haalde. Ik moest dichtbij haar zitten en dat heeft van alles met me gedaan, met name omdat mijn neiging was om onzichtbaar te willen zijn en altijd achteraan ging zitten..

2.Mijn onbewuste narcistische structuur projecteerde ik op mijn leraar. Het gevolg was dat ik hem narcistisch vond. In mijn beleving was hij van zijn voetstuk af gevallen. Ik schreef hem een boze brief en hij kwam in liefde naar mij toe om mijn brief te bespreken. Deze wisselwerking heeft enorm veel voor mij betekend, omdat mijn boosheid met liefde werd beantwoord. Pas toen kon ik in liefde naar mijn eigen narcisme kijken en mijn patronen doorzien.

3. Nadat ik geen verlangen meer had om mijn leraren te bezoeken merkte ik dat er in mij een geladen dynamiek was ontstaan wat te vergelijken is met een verinnerlijkte moeder en/of vader beeld. Ik had mijn leraren geïnternaliseerd en zij speelden in mijn gedachtewereld een belangrijke rol. Er was bijvoorbeeld een verlangen naar goedkeuring van hen om satsang te geven. Dit betekende voor mij dat ik nog niet volledig autonoom/gerealiseerd was. In mijn geval was het verlaten van mijn leraren een belangrijke stap om zelfstandig te worden en innerlijke leiding te ontvangen. De innerlijke leiding is fysiek voelbaar als een zachte subtiele sensatie in het midden van het voorhoofd en gaat vaak gepaard met de behoefte aan een goede vriend die werkelijk ziet waar je bent. De innerlijke leiding wordt ook wel gezien als de ‘spirituele vriend’.

Alle oordelen die ik heb gehad over leraren bleken uiteindelijk projecties vanuit mijn onwetendheid te zijn. Zij waren zuivere aanwezigheid.

Een ander psychologisch fenomeen waar een leerling rekening mee kan houden is de imitatie van de leraar in woordgebruik, bewegingen en levensovertuigingen. Het proces van bij elkaar zijn en elkaar aardig vinden zorgt er voor dat de leerling de leraar gaat kopiëren. Dit is een vorm van devotie. Er zijn vaak allerlei overtuigingen bij leraren van celibaat tot hedonisme. Dit alles heeft niets met zelfrealisatie te maken. Dit zijn persoonlijke interpretaties.

Uiteindelijk zal de leerling zijn of haar eigen weg moeten vinden en loskomen van de (verinnerlijkte concepten van) de leraar. Totaal onafhankelijk en vrij. Dit kan gepaard gaan met gevoelens van verwarring, wanhoop en afzetten. Het kan ook gebeuren dat een leraar je wegstuurt of dat er een besluit ontstaat om zelf weg te gaan. Dit betekent niet dat een leerling de leraar moet verlaten. Een leerling kan zijn of haar hele leven bij de leraar blijven zitten.

Idealisatie van de leraar.
In overgave aan een leraar zit meestal een tijdelijke idealisatie. Dit is een herkenning van je eigen potentie die vervolgens op de leraar wordt geprojecteerd. Er ontstaan gevoelens als geliefd, bewonderd, gezien, begrepen en erkent willen worden door de leraar. Door de bevestiging en sturing van de leraar ervaar je steeds weer dat jij niets van hem of haar nodig hebt.

Het wordt gevaarlijk wanneer een leraar zijn of haar eigen lichamelijke instincten niet doorzien en onder controle heeft. Veel (goede) leraren gebruiken leerlingen voor hun verlangens naar sex, luxe en sociale status. Schandalen en verkeerde interpretaties van het goddelijke zijn aan de orde van de dag in spirituele gemeenschappen. De vraag is steeds weer; wat betekent dit voor jou?

Groepsdynamiek rondom een spiritueel leraar.
Rondom een leraar vormt zich vaak een groep. In groepen gaan mensen zich op een bepaalde manier gedragen tegenover de groepsleider. Het gaat er om dat jij je gewoontes observeert en blijft focussen op het verkrijgen van helderheid. Er is geen autoriteit buiten jou.

Er zijn vier manieren, die meestal hun oorsprong vinden in vroegere gezinssituaties:

1. Lief zijn (aanpassen, uitsloven en ondersteunen).

2. Uitblinken (aandacht vragen door prestaties).

3. Trammelant maken (aandacht vragen door problemen te veroorzaken).

4. Geen aandacht vragen (onzichtbaar zijn).

Zelf val ik onder categorie vier. Dit is de rol waarin ik mij het meest in thuis voel. Je hoeft je rol niet te veranderen. Het is wel belangrijk om je er bewust van te zijn, zodat het geen belemmering in je ontvouwing wordt. Welk concept of gevoel bepaalt jouw positie?

Ben ik bij de juiste leraar?
De hoogste staat is altijd hetzelfde en de ervaring er van ook. De interpretaties worden gedaan door de individuele geest en zijn daarom verschillend.

Een leraar zal over het algemeen onderricht geven op de manier waarop de kennis aan hem of haar is geopenbaard. Dat is de manier die hij/zij het beste kent. Er is geen richtlijn voor een goede leraar, maar als je twijfelt of je de juiste hebt gevonden leg dit profiel er dan naast en kijk wat het met je doet.

Echte leraren zijn vriendelijk, vol mededogen, onvermoeibaar in hun verlangen alle wijsheid die zij via hun meesters verworven hebben te delen. Ze blijven altijd bescheiden, laten hun leerlingen nooit in de steek en maken op geen enkele wijze misbruik van hen. Hun leven staat volledig in dienst van het onderricht.

Echt vertrouwen kan alleen ontstaan wanneer iemand deze kwaliteiten belichaamt. Je zult merken dat dit vertrouwen de basis van je leven wordt en je houvast geeft in alle moeilijke momenten. In leven en dood. Je hebt iemand nodig om je te vertellen dat je niemand nodig hebt. Kijk ook naar het leven wat je leraar leidt. Iemand zoals Ramana Maharsi of Osho (autoriteiten op spiritueel gebied) kunnen zeggen; “Er is niets te doen”, maar als je naar hun leven kijkt dan zie je dat ze een hele weg hebben afgelegd tot dit inzicht en enorm veel hebben gedaan.

Alles wat jij vindt van een leraar is een persoonlijke ervaring. Wat belangrijk is, is wat deze ervaring voor jou betekent. Over het algemeen is de beste vraag die jij jezelf kan stellen: voedt het mij om deze leraar te zien? Als het antwoord ja is ga je naar de bijeenkomsten, is het antwoord nee is dan ga je niet. Het antwoord is waar, zolang het waar is. Daarmee bedoel ik dat je altijd van gedachte kan veranderen. Ik heb me op het gebied van leraren altijd door mijn gevoelens en verlangens laten leiden. Mijn weg bestond uit ontmoetingen met meerdere leraren waarvan Isaac Shapiro en Prajnaparamita de belangrijkste waren. Het maakt niet uit of jouw leraar zich in jouw ogen onethisch gedraagt of fouten maakt. Het gaat er om dat jij helder wordt. Helder worden is een persoonlijke aangelegenheid. Jij zult je eigen lessen samenstellen. Vertrouw er op dat jouw innerlijke leraar er voor zorgt dat jij de juiste leraar ontmoet. Op een bepaald moment wordt deze leraar overbodig en zul je volledig geleid worden door een innerlijke leiding. Uiteindelijk ontstaat het inzicht dat er nooit iets te leren is geweest en dat je er al die tijd ‘overheen’ hebt gekeken. Je was altijd al vrij.

Previous Post Next Post

You Might Also Like