fbpx
Browsing Category

Leraar-leerling verhouding

Ego, Leraar-leerling verhouding, Relaties en sexualiteit

Spiritueel misbruik

De persoon is nooit vrij, bewustzijn wel, en ik ben beide

Ik hoorde vandaag dat Prembaba uit Brazilie aan de schandpaal wordt genageld, omdat hij tien jaar geleden een relatie heeft gehad met een vrouw die bij hem in therapie zat. Het wordt gezien als misbruik, omdat deze vrouw dit achteraf zo ervaart.  Wat waarschijnlijk ook meespeelt is het feit dat hij zich toen presenteerde als celibataire monnik en ze beiden hun sexuele relatie niet publiekelijk maakten. Er zit dus een schijn van leugen in. Er is altijd veel ophef wanneer er een leraar van zijn of haar voetstuk valt. De laatste die ik me kan herinneren is Andrew Cohen. Hij misbruikte zijn lust naar macht.

Dit bericht van vandaag triggerde mij om mijn gedachtes over dit soort misbruik eens te ordenen.

Hoe ontstaat spiritueel misbruik?
Zelfrealisatie is iets wat elke seconde gebeurt. Er zijn in mijn ervaring periodes waarin dit vergeten word. Ik zou dus kunnen stellen dat Zelfrealisatie af en aan gaat. Ik ervaar mijzelf als twee elkaar afwisselende staten/percepties;
1.De staat van non duale essentie waarin er geen enkel verlangen of beeld is. Misbruik komt hier niet voor.
2.De identificatie met het lichaam, denken en voelen. Hier zijn er allerlei verlangens van overleven en intimiteit. Van hieruit kan misbruik ontstaan.

Beiden staten horen bij Zelfrealisatie en Verlichting. De neiging is om de eerste staat te idealiseren en aan een spiritueel leraar toe te schrijven. Een projectie van een ideaalbeeld. Een ideaalbeeld komt als eerste voort uit de aanname dat er zo iets bestaan als een ideaal (verlicht) persoon. Dit sprookje komt voort uit religieuze verhalen en dringt door in de spiritualiteit en onze opvoeding. Op vroege leeftijd willen we perfect zijn voor onze ouders en later de omgeving. De werkelijkheid is dat een perfect persoon niet bestaat. Elke gerealiseerde persoon is net als ieder mens gebonden aan verlangens en behoeftes en is daarom nooit volledig vrij.

Wanneer kun je jezelf als gerealiseerd zien?

Wat je bent is puur en vrij. Dit besef dringt ook door in de geidentificeerde toestand. Wanneer mensen begrijpen dat deze twee lagen tegelijkertijd plaatsvinden komen die schandalen in een ander daglicht te staan. De les is steeds weer dat je niet perfect hoeft te zijn om jezelf te realiseren als puur en zuiver bewustzijn. Tegelijk is het belangrijk om het ideale te blijven nastreven, omdat het een richting geeft en herinnering aan vrijheid. Helaas wordt het ideaalbeeld door de meeste leraren en de leerlingen te serieus voortgezet. Ik zie dat als een spel. Aan de ene kant hebben zoekers dit beeld nodig en speelt de leraar deze rol. De andere kant is dat het altijd een illusie zal blijken en een reden dat verlichting en zelfrealisatie zo ver van mensen af blijft staan.

De persoon kan nooit verlicht zijn, DAT wat ik ben gaat daaraan voorbij

Ik wil misbruik niet goed praten. Sterker nog, ik denk dat een verlichte leraar die misbruik pleegt gevaarlijk is, omdat hij of zij volkomen toerekeningsvatbaar is. Er is een bewust nastreven van genot, een weten van het misbruik en een volledig verantwoordelijkheid nemen voor de consequenties.

Met een schandaal wordt een leraar vaak afgedaan als niet (meer) verlicht, maar het is complexer dan dat. De persoon kan zichzelf nooit realiseren als zuiver bewustzijn. Wanneer de realisatie als bewustzijn er is, dan is de persoon er niet. De identificatie met de persoon is paradoxaal genoeg steeds weer de herinnering aan de essentiele vrije staat. Wanneer deze herinnering niet dagelijks plaatsvindt ontstaat er verwarring en misbruik. De tijd dat je jezelf als puur bewustzijn ervaart heeft invloed op de persoon. Er ontstaat steeds meer ontspanning en compleetheid in de persoon.

Het mooi zou het zijn als een leraar open is over de verschillende lagen in en als bewustzijn. Ik denk dat de nieuwe leraar volkomen authentiek en eerlijk is over zijn of haar persoonlijke belevingswereld en geen ideaalbeeld probeert neer te zetten.

De paradox is dat de persoon onlosmakelijk verbonden is met Zelfrealisatie (jezelf realiseren als bewustzijn)

Ik gebruik Focussen naar Essentie om via de persoon naar de ervaring van God te komen. Het Goddelijke is er de hele tijd, het is wat je bent en de persoon ook. Het is belangrijk om de structuren van beide staten te kennen en te blijven onderzoeken. Mijn waarneming is dat de persoon verlangt naar een langdurige zorgzame relatie. Misbruik komt voort uit een vervorming van dit verlangen.  Mix dit met de autoriteit van een leraar en je hebt spiritueel misbruik.

Naar mijn mening heeft spiritueel misbruik verschillende oorzaken;

  • identificatie met lichaam, denken voelen voorop stellen
  • verveelt raken door gelijkmoedigheid en leegte
  • ontlading van lichaam door spanningsopbouw
  • verward raken in het spelen met de wereld
  • zich uitspelen van innerlijke patronen
  • op een voetstuk staan

Uiteindelijk is de kern van misbruik het verlies van de menselijke maat (compassie en zorgzaamheid) en het verstrikt raken in verwarde delen van de persoon. En die verwarde persoon is misschien wel nooit volledig opgelost. Het is belangrijk om na Zelfrealisatie alert te blijven op patronen van de persoon. Vandaar dat ik de Focussen naar Essentie en Authenticiteitcirkel belangrijk blijf vinden als beoefening. Het staat garant voor de menselijkheid in de spiritualiteit en een oneindig proces.

Leraar-leerling verhouding

De leraar is leeg

De aanbidding van de leraar houd je weg van zelfrealisatie

De structuur van leraar en leerling is er een van afhankelijkheid. Mensen willen leiding, totdat ze innerlijke leiding ervaren. De echte leraar is leeg. In zijn of haar aanwezigheid is er geen enkele houvast, hierdoor kom je bij jezelf.

Leeg is niets geven om aandacht, verering, geld, bekendheid, macht, sex, leraarschap en al die dingen.

Leeg is gevuld zijn met tevredenheid.

Een simpel leven leiden.

Leraar-leerling verhouding

Leraar leerling verhouding

Een leraar inspireert en irriteert.

De leraar-leerling verhouding is er meestal een van devotie. Dat gaat gepaard met gevoelens van overgave en liefde. Het ‘grotere’ wordt gezocht door de leraar heen. Het is het zoeken naar de juiste kennis als gevolg van een innerlijk verlangen naar bevrijding.

Psychologisch heeft het contact met een leraar (in het begin) vaak moeder en vader thema’s.

Voor mij is het een groot geschenk geweest om een leraar-leerling band te hebben gehad. De leraar komt zo diep binnen dat het voor beiden belangrijk is hier zorgvuldig mee om te gaan. In overgave kan je hele gevoel van identiteit vermengd worden met de (geprojecteerde) autoriteit van de leraar.

Houdt in je gedachte dat het naast het realiseren wat je bent over zelfstandig zijn gaat.

Overdracht en tegenoverdracht.
In de wisselwerking tussen een leraar en een leerling gaan gevoelens van overdracht en tegen overdracht spelen. Een leraar is en blijft een mens. Er is sprake van overdracht en tegen overdracht wanneer je het filter, waarmee je een persoon kleurt, niet ziet.

Er is positieve en negatieve overdracht. De leraar kan gezien worden als: de redder (positief) of de charlatan (negatief).

De leerling kan gezien worden als: opstandig (negatief) of de ideale leerling (positief).

Overdracht komt voort uit de emotionele behoeften en verlangens van de leerling en/of de leraar. Wanneer de leerling behoefte heeft aan veiligheid, aandacht of zorg en het gevoel krijgt dat de leraar deze behoefte bevredigt, kan er een projectie plaatsvinden. In dit geval gaat het om de projectie van de redder of de ideale geliefde. De leerling projecteert een beeld op de leraar. Als de leraar niet aan deze behoefte voldoet, valt hij van zijn voetstuk. Hij wordt beschouwd als een charlatan of als ongeschikt. De leraar kan ook behoefte hebben aan erkenning en wanneer hij/zij dit niet krijgt, kan de leerling gezien worden als opstandig of niet verantwoordelijk. Als hij/zij de erkenning wel krijgt, wordt de leerling bestempeld als de ideale leerling.

Een voorbeeld van tegenoverdracht is dat de leraar uit het vorige voorbeeld zelf een behoefte heeft (bijvoorbeeld om erkend te worden) en daarmee de behoefte van een leerling (bijvoorbeeld zorg voor mij) bevredigd. Deze wederzijdse roep om bevrediging (overdracht en tegenoverdracht) kan leiden tot een wederzijdse verliefdheid. Dit komt dikwijls voor bij ongelijkwaardige relaties als: therapeut-cliënt, hulpverlener-patiënt en leraar-leerling. Het is naar mijn mening de taak van de leraar om dit te doorzien en er geen misbruik van te maken.

Hoe groter de behoefte, hoe groter de overdracht of tegenoverdracht. De enige remedie tegen dit fenomeen is dat elke behoefte wordt gezien, zodat elke handeling bewust gebeurt. Normaal gesproken loopt een leerling door vier fasen heen;

1. positieve overdracht (leraar is goed)

2. negatieve overdracht (leraar is slecht)

3. overdracht breekt (zien van projecties)

4. overdracht verdwijnt (volwassen contact)

In het contact met leraren heb ik verschillende overdrachtssituaties meegemaakt. In het doorzien van deze dynamiek ontstaat het inzicht dat het allemaal een innerlijke subject-object relatie/projectie is. Uiteindelijk kan alleen de persoon zelf beoordelen wat goed en kwaad is. Gelukkig had ik leraren die niets van mij nodig hadden, waardoor er geen reactie van tegenoverdracht ontstond en het guru-principe helder werd geleefd. Het guru-principe zie ik als bewustzijn wat helderheid verschaft op het gebied van zelfrealisatie. Uiteindelijk ligt het geluk en de helderheid in enkelvoudige aanwezigheid. Dit wordt ons niet verteld tijdens onze opvoeding, school en werk.

Drie ervaringen:

1.Toen ik wist hoe het zat kreeg ik tijdens satsang een enorme uitbrander van mijn leraar. De strekking was dat ik mijn arrogantie moest opgeven. Diep in mijn hart wist ik dat ze gelijk had, maar mijn overtuiging van de waarheid was verstard. Deze confrontatie bracht een gevoel van vernedering te weeg. Het gevolg was dat ik uit angst voor een herhaling van deze pijn de neiging ontstond om deze leraar ontwijken. De kracht van de leraar was dat onder de nee (de uitbrander) een grote ja zat (ik voelde haar liefde voor de waarheid in de confrontatie). Ik moest hierdoor van mezelf beter kijken en ik kon uiteindelijk zien dat er verwarring in mij was. Dit inzicht bracht een verdergaande overgave aan haar en de Realiteit teweeg. Het gevoel van vernedering werd een gevoel van overgave en niet weten. Wat ik me ook nog vaak herinner is dat ze me altijd naar voren haalde. Ik moest dichtbij haar zitten en dat heeft van alles met me gedaan, met name omdat mijn neiging was om onzichtbaar te willen zijn en altijd achteraan ging zitten..

2.Mijn onbewuste narcistische structuur projecteerde ik op mijn leraar. Het gevolg was dat ik hem narcistisch vond. In mijn beleving was hij van zijn voetstuk af gevallen. Ik schreef hem een boze brief en hij kwam in liefde naar mij toe om mijn brief te bespreken. Deze wisselwerking heeft enorm veel voor mij betekend, omdat mijn boosheid met liefde werd beantwoord. Pas toen kon ik in liefde naar mijn eigen narcisme kijken en mijn patronen doorzien.

3. Nadat ik geen verlangen meer had om mijn leraren te bezoeken merkte ik dat er in mij een geladen dynamiek was ontstaan wat te vergelijken is met een verinnerlijkte moeder en/of vader beeld. Ik had mijn leraren geïnternaliseerd en zij speelden in mijn gedachtewereld een belangrijke rol. Er was bijvoorbeeld een verlangen naar goedkeuring van hen om satsang te geven. Dit betekende voor mij dat ik nog niet volledig autonoom/gerealiseerd was. In mijn geval was het verlaten van mijn leraren een belangrijke stap om zelfstandig te worden en innerlijke leiding te ontvangen. De innerlijke leiding is fysiek voelbaar als een zachte subtiele sensatie in het midden van het voorhoofd en gaat vaak gepaard met de behoefte aan een goede vriend die werkelijk ziet waar je bent. De innerlijke leiding wordt ook wel gezien als de ‘spirituele vriend’.

Alle oordelen die ik heb gehad over leraren bleken uiteindelijk projecties vanuit mijn onwetendheid te zijn. Zij waren zuivere aanwezigheid.

Een ander psychologisch fenomeen waar een leerling rekening mee kan houden is de imitatie van de leraar in woordgebruik, bewegingen en levensovertuigingen. Het proces van bij elkaar zijn en elkaar aardig vinden zorgt er voor dat de leerling de leraar gaat kopiëren. Dit is een vorm van devotie. Er zijn vaak allerlei overtuigingen bij leraren van celibaat tot hedonisme. Dit alles heeft niets met zelfrealisatie te maken. Dit zijn persoonlijke interpretaties.

Uiteindelijk zal de leerling zijn of haar eigen weg moeten vinden en loskomen van de (verinnerlijkte concepten van) de leraar. Totaal onafhankelijk en vrij. Dit kan gepaard gaan met gevoelens van verwarring, wanhoop en afzetten. Het kan ook gebeuren dat een leraar je wegstuurt of dat er een besluit ontstaat om zelf weg te gaan. Dit betekent niet dat een leerling de leraar moet verlaten. Een leerling kan zijn of haar hele leven bij de leraar blijven zitten.

Idealisatie van de leraar.
In overgave aan een leraar zit meestal een tijdelijke idealisatie. Dit is een herkenning van je eigen potentie die vervolgens op de leraar wordt geprojecteerd. Er ontstaan gevoelens als geliefd, bewonderd, gezien, begrepen en erkent willen worden door de leraar. Door de bevestiging en sturing van de leraar ervaar je steeds weer dat jij niets van hem of haar nodig hebt.

Het wordt gevaarlijk wanneer een leraar zijn of haar eigen lichamelijke instincten niet doorzien en onder controle heeft. Veel (goede) leraren gebruiken leerlingen voor hun verlangens naar sex, luxe en sociale status. Schandalen en verkeerde interpretaties van het goddelijke zijn aan de orde van de dag in spirituele gemeenschappen. De vraag is steeds weer; wat betekent dit voor jou?

Groepsdynamiek rondom een spiritueel leraar.
Rondom een leraar vormt zich vaak een groep. In groepen gaan mensen zich op een bepaalde manier gedragen tegenover de groepsleider. Het gaat er om dat jij je gewoontes observeert en blijft focussen op het verkrijgen van helderheid. Er is geen autoriteit buiten jou.

Er zijn vier manieren, die meestal hun oorsprong vinden in vroegere gezinssituaties:

1. Lief zijn (aanpassen, uitsloven en ondersteunen).

2. Uitblinken (aandacht vragen door prestaties).

3. Trammelant maken (aandacht vragen door problemen te veroorzaken).

4. Geen aandacht vragen (onzichtbaar zijn).

Zelf val ik onder categorie vier. Dit is de rol waarin ik mij het meest in thuis voel. Je hoeft je rol niet te veranderen. Het is wel belangrijk om je er bewust van te zijn, zodat het geen belemmering in je ontvouwing wordt. Welk concept of gevoel bepaalt jouw positie?

Ben ik bij de juiste leraar?
De hoogste staat is altijd hetzelfde en de ervaring er van ook. De interpretaties worden gedaan door de individuele geest en zijn daarom verschillend.

Een leraar zal over het algemeen onderricht geven op de manier waarop de kennis aan hem of haar is geopenbaard. Dat is de manier die hij/zij het beste kent. Er is geen richtlijn voor een goede leraar, maar als je twijfelt of je de juiste hebt gevonden leg dit profiel er dan naast en kijk wat het met je doet.

Echte leraren zijn vriendelijk, vol mededogen, onvermoeibaar in hun verlangen alle wijsheid die zij via hun meesters verworven hebben te delen. Ze blijven altijd bescheiden, laten hun leerlingen nooit in de steek en maken op geen enkele wijze misbruik van hen. Hun leven staat volledig in dienst van het onderricht.

Echt vertrouwen kan alleen ontstaan wanneer iemand deze kwaliteiten belichaamt. Je zult merken dat dit vertrouwen de basis van je leven wordt en je houvast geeft in alle moeilijke momenten. In leven en dood. Je hebt iemand nodig om je te vertellen dat je niemand nodig hebt. Kijk ook naar het leven wat je leraar leidt. Iemand zoals Ramana Maharsi of Osho (autoriteiten op spiritueel gebied) kunnen zeggen; “Er is niets te doen”, maar als je naar hun leven kijkt dan zie je dat ze een hele weg hebben afgelegd tot dit inzicht en enorm veel hebben gedaan.

Alles wat jij vindt van een leraar is een persoonlijke ervaring. Wat belangrijk is, is wat deze ervaring voor jou betekent. Over het algemeen is de beste vraag die jij jezelf kan stellen: voedt het mij om deze leraar te zien? Als het antwoord ja is ga je naar de bijeenkomsten, is het antwoord nee is dan ga je niet. Het antwoord is waar, zolang het waar is. Daarmee bedoel ik dat je altijd van gedachte kan veranderen. Ik heb me op het gebied van leraren altijd door mijn gevoelens en verlangens laten leiden. Mijn weg bestond uit ontmoetingen met meerdere leraren waarvan Isaac Shapiro en Prajnaparamita de belangrijkste waren. Het maakt niet uit of jouw leraar zich in jouw ogen onethisch gedraagt of fouten maakt. Het gaat er om dat jij helder wordt. Helder worden is een persoonlijke aangelegenheid. Jij zult je eigen lessen samenstellen. Vertrouw er op dat jouw innerlijke leraar er voor zorgt dat jij de juiste leraar ontmoet. Op een bepaald moment wordt deze leraar overbodig en zul je volledig geleid worden door een innerlijke leiding. Uiteindelijk ontstaat het inzicht dat er nooit iets te leren is geweest en dat je er al die tijd ‘overheen’ hebt gekeken. Je was altijd al vrij.

Leraar-leerling verhouding

Autonomie en leraar

maksiem1Het doel van de leraar is jouw je eigen verbinding met Zijn weer te laten ervaren. Een tijdelijke versmelting met de leraar kan hierin behulpzaam zijn, maar het doel blijft autonomie en verbinding met het goddelijke. Het goddelijke is niet esoterisch of vaag, het is wat er nu gebeurt. Het dagelijkse leven. Continue Reading

Leraar-leerling verhouding, Meditatie, Satsang op youtube

Zelfactualisatie

Dit is een onderdeel uit een retraite met Jetsun Khandro waar verschillende thema’s worden besproken. Het centrale thema voor mij is de actualisatie van de theorie. Wat doe ik met alle spirituele (boeddhistische) kennis in het dagelijkse leven? Het begin van deze video is wellicht wat saai, maar het wordt steeds helderder en subtieler. Zo spreekt ze over de leerling en leraar verhouding, over wat compassie en liefdevolle interactie echt inhoudt, etc. Het geeft een indruk hoe gedetailleerd het Boeddhisme in elkaar zit en alle aspecten van de geest in kaart heeft gebracht.

Leraar-leerling verhouding

Leraar en leerling verhouding

Door Philip Renard van de website juwelenschip.nl.

De relatie tussen leraar en leerling is een diep mysterie. Je kunt er van alles over zeggen, maar gaandeweg kun je ook merken dat wat je erover gezegd hebt nét naast de waarheid is. In mijn boek Non-dualisme is een hoofdstuk gewijd aan het fenomeen van de leraar. Eerlijk gezegd vond ik in de eindfase van het schrijven al dat een bepaalde passage in het hoofdstuk net niet dekkend was wat betreft een specifiek punt in de relatie met de leraar: het verband tussen overdracht en wat ik ‘hartsconnectie’ noem. Toch lukte het me toen niet dit zo te herschrijven dat het voor mij kloppend was. Kortgeleden heb ik dit gedeelte opnieuw geschreven, voor de nieuwe druk van Non-dualisme (die in juli verschenen is). Naar mijn gevoel raakt het nu wel het wezenlijke punt. Hierbij deze passage, ter vervanging van bladzijden 77-80 van het boek.

Overdracht en het machtselement
Hoe de boodschap ook tot ons komt, lezend in een boek of luisterend naar een ander mens, het komt altijd neer op het gegeven dat er iets onderwezen wordt – en dus dat zich mogelijkerwijs beïnvloeding afspeelt. Ik kan leren van iemand, of van een tekst van iemand. Ik laat mij al dan niet beïnvloeden.

In het geval van leren uit een boek valt het in het algemeen wel mee hoezeer bij de beïnvloeding een machtsfactor meespeelt. Maar in het mezelf openstellen voor de invloed van een levend mens en het zitten aan diens voeten, lijkt de zaak anders te liggen. Is het niet zo dat als ik mij door iemand laat beïnvloeden, ik daarmee aan die ander macht verleen? Ik stel mij ‘onder’ hem op, en dat brengt me mogelijkerwijs in een afhankelijke positie. Juist als ik zie dat het om vrijheid gaat, zou ik toch dom zijn een ander toe te staan invloed op mij te hebben! Het lijkt wel de absurditeit ten top dat ik zou moeten luisteren naar een uitleg over werkelijke vrijheid terwijl ik zelf nederig toehoorder blijf.

Het is dan ook wel te begrijpen dat in het Westen, met zijn nadruk op ‘eigenheid’ en ‘individuele vrijheid’, de verhouding tussen de leerling en de goeroe in de oosterse bevrijdingswegen met achterdocht wordt bekeken. Het blijft een van de lastigste thema’s van het geestelijk leven. Zo bestaan er bijvoorbeeld in Nederland nog vrijwel geen goede artikelen of boeken die dit thema behandelen, waardoor er ook geen klimaat is ontstaan waarin juist de subtiele aspecten uitgewisseld kunnen worden. En om deze subtiliteiten gaat het, wat mij betreft.

Voor een deel is de achterdocht begrijpelijk. Hiermee doel ik niet alleen op het gegeven dat het voorkomt dat ook ‘gerealiseerde’ leraren vergissingen begaan en leugens volhouden die hoogst pijnlijk zijn voor de leerlingen, maar vooral op het enorme belang van het fenomeen dat in de psychologie ‘overdracht’ wordt genoemd. Dit begrip (in het Engels ‘transference’ – niet te verwarren met ‘transmission’, de overdracht of overbrenging van inzicht van leraar op leerling) werd door Freud gehanteerd om aan te duiden dat een patiënt bepaalde gevoelens die hij vroeger had ten opzichte van zijn ouders, zoals afhankelijkheid en verheerlijking (eventueel vermengd met haat), in het heden overdraagt op de hem behandelende analyticus. En ook los van een psychoanalytische of therapeutische context worden gevoelens die betrekking hebben op de verhouding met zowel vader als moeder (en op de gespletenheid die door het verschil tussen deze beide verhoudingen wordt veroorzaakt) overgedragen op een vervanger van de ouders – en een spiritueel leermeester vervult als geen ander deze rol van vervanger. Hij is de uiteindelijke Vervanger, ook al zal hij openlijk juist verklaren deze rol te weigeren.

Vandaar dat in de verhouding met de leraar vaak een dosis oneerlijkheid wordt gehanteerd, een schijnbaar onvermogen om hardop eventueel bezwaren te uiten, waarbij allerlei zaken die in een gewone (gelijkwaardige) verhouding absoluut niet geaccepteerd zouden worden, zoals grofheden en beledigingen, nu wel geaccepteerd worden. Overdracht bestaat bij de gratie van een bepaald iets dat verkregen lijkt te kunnen worden van een ander mens, iets dat te maken heeft met voeding, bescherming en veiligheid – de herhaling van de verwachting iets te krijgen van de ouders. Doordat in het geval van de leermeester dat bepaalde ‘iets’ niets minder is dan bevrijding, kan de acceptatie zulke extreme vormen aannemen. In de hoop ooit iets te ontvangen, wordt de eigen integriteit ingeleverd.

De nieuwe kleren van de keizer.
Ieder werkelijk leerproces is een dans tussen twee polen: tussen het gelijke en het ongelijke. Je leert van iemand die niet gelijk is, die ‘hoger’ is. Als in de ander niet iets erkend wordt als ‘hoger’ of ‘verder’, meer ontwikkeld, zal er niet veel geleerd kunnen worden. Je zult er je tijd niet aan willen besteden. Of, als je wel zo’n confrontatie aangaat, zal het in het gevecht blijven steken. Nu kan de drang om voor iets op te komen wel mooi zijn (een eerlijke uiting van bezwaren zal immers helpend kunnen zijn om dichter bij de waarheid te komen), maar als je iets van een ander wilt leren moet er uiteindelijk toch een bereidheid zijn om je verdediging op te geven en werkelijk te luisteren. Wat zich echter hierbij, door de erkenning van de ander als ‘hoger’, snel kan aandienen is het doorslaan naar de andere kant, naar bevangenheid en afhankelijkheid, dus naar het genoemde fenomeen van de overdracht.

Het lijkt wel onvermijdelijk. Overdracht is waarschijnlijk inherent aanwezig in iedere werkelijke leraar-leerlingverhouding; je kunt er niet aan ontkomen. Dit fenomeen kan, zeker als het een leraar betreft met charisma of ‘naam’, zelfs proporties aannemen die lijken op wat Andersen beschreef in ‘De nieuwe kleren van de keizer’. In dit sprookje wordt het benoemen van het duidelijk zichtbare, namelijk de afwezigheid van kleren, door de personen die als toonaangevend worden beschouwd, betiteld als dom. Op een vergelijkbare manier kunnen in een groep mensen rondom een geestelijk leraar allerlei ‘toonaangevende’ normen bestaan. Dan zou, als je iets zou zeggen dat hiervan afwijkt, jouw verwoording van wat je ziet wel eens van domheid kunnen getuigen! De leraar is iemand geworden die je wilt behagen en voor wiens oordeel je bang bent – hij mag niet gering over je denken, en je zult je uitsloven om zijn gunst te winnen. Je zit weer tegenover vader of moeder, en je bent bereid jezelf en je eigenheid weg te moffelen in de hoop daar beter van te worden – vooral daar je gehoord hebt dat ‘jezelf’ en ‘eigenheid’ allemaal bij het ego horen, dat immers juist afgelegd moet worden.

Ondanks dit alles bevat overdracht toch ook het element waardoor het mogelijk is dat overdracht in de andere zin, het overdragen van het wezenlijke Besef van de leraar op de leerling, plaatsvindt. Leraren als Ramana Maharshi en Atmananda hebben herhaaldelijk gezegd dat voor de relatie met de leraar juist een dualistische houding nodig is, met andere woorden een houding die een ongelijkheid met de ander erkent – wat uiteindelijk kan neerkomen op een totale ontvankelijkheid die soms lijkt op die van een kind. Misschien kun je zelfs zeggen: zonder de ene overdracht (transference) niet de andere overdracht (transmission). Dus hoewel het als een vergissing kan voelen, een onderdompeling in allerlei oude kinderlijke patronen waar je juist van af dacht te zijn, is het uiteindelijk toch een onlosmakelijk bestanddeel van het wonder dat van een ‘persoon’ op een ‘persoon’ het Besef kan worden overgedragen dat ‘persoon’ geen werkelijkheid heeft.

De hartsconnectie.
Voor dit overdragen van Besef is het behulpzaam dat de psychologische vorm van overdracht herkend wordt, en bespreekbaar gemaakt. Naar mijn gevoel zou overdracht in de relatie tussen leraar en leerling een gebruikelijk thema moeten zijn, dat steeds opnieuw aandacht mag krijgen. Zowel het kinderlijk-afhankelijke alsook het puberale, dat je pseudo-onafhankelijk kunt noemen, verdienen aandacht. Als deze aandacht wordt gegeven in een bedding van liefde, kan de leerling meer en meer ook binnenin zichzelf opmerken dat liefde al het geval is, en niet verkregen hoeft te worden. Zo kan afhankelijkheid oplossen. Alleen een relatie die op liefde is gebaseerd kan overdracht doen oplossen. Overdracht is een fenomeen dat alleen maar bestaat vanuit het gevoel dat er onvoldoende van je gehouden wordt, dat er gebrek is, een behoefte of vraag die eventueel tot een eis wordt. Overdracht proberen weg te werken, vanuit de irritatie dat je hier nog niet voorbij bent, heeft het effect dat het alleen maar bestendigd wordt. Op deze plaats zie ik ook het belang van een vorm van commitment tussen leraar en leerling, een wederzijdse intentie om zo totaal mogelijk toegewijd te zijn aan waarheid. Echt leerlingschap of discipelschap houdt in dat er bereidheid is om gewezen te worden op alle diepergelegen blinde vlekken, ook gevoelens van zelfvernedering die tot nog toe onbewust waren – en zelfvernedering kun je misschien wel de bron van overdracht noemen.

Zo’n totale relatie van leerling met leermeester wordt wel een ‘hartsconnectie’ genoemd. Het ‘hart’ is een term voor eenvoud. In het hart is er direct voelen, een open ruimte voor devotie en compassie, en een vuur waarin alle kleine ego-benauwenissen verbrand kunnen worden. In de hartsconnectie worden leraar en leerling niet gestoord of beperkt door het conceptuele denken. De leerling kan vanuit zijn hartstocht voor waarheid en vertrouwen in de leraar een ware, strijdloze onafhankelijkheid ontdekken, een volwassen soort losheid van de persoon van de leraar, waardoor overdracht steeds minder geloofwaardig wordt. Doordat de innerlijke conclusies vanuit overdracht meer en meer herkend worden als onwaar, komt elk woord van de leraar direct binnen in het hart, niet gefilterd door afhankelijkheid of wantrouwen. Nisargadatta Maharaj heeft herhaaldelijk over het diepgaande van de relatie met zijn leermeester gesproken. In antwoord op de vraag of hij zijn realisatie te danken heeft aan zijn eigen inspanningen of aan de genade van zijn goeroe, zei hij een keer:

“Van hem kwam het onderricht, en van mij het vertrouwen. Door mijn vertrouwen in hem kon ik zijn woorden accepteren als waar, en kon ik ze diep in me laten doordringen en ze leven. Zo kwam ik tot de realisatie van wat ik ben. De persoon en de woorden van de goeroe maakten dat ik hem vertrouwde, en mijn vertrouwen maakte die woorden vruchtbaar. (…) Ik was zo afgestemd op mijn goeroe – ik vertrouwde hem zó volledig en er was zó weinig weerstand in me dat het allemaal gemakkelijk en snel gebeurde.”

Tegelijkertijd is het zo dat in de hartsconnectie wordt gesproken als Bewustzijn met Bewustzijn, waar geen ongelijkheid kan bestaan. Uiteindelijk is namelijk de Waarachtige Leermeester (Sat-Guru) toch Dat wat in leraar en leerling identiek is, Bewustzijn zelf. De uiterlijke leraar is alleen tijdelijk dienend, en wel om de leerling de Uiteindelijke, ‘innerlijke’ Leraar in al zijn vezels te laten beseffen. Hoewel in de loop van de ontmoetingen met de uiterlijke leraar het element van het gelijke-zijn uit het zicht kan raken, is dat al die tijd onverminderd aanwezig. Het werkelijk eigene, dat wil zeggen dat wat nooit verloren raakt, kan eenvoudigweg niet iets zijn dat minder is of lager dan het eigene van de leermeester.

Het werkelijke leren werd zojuist een dans tussen het gelijke en het ongelijke genoemd. Door enerzijds af te stemmen op het gelijke, dat wil zeggen te herkennen dat er maar één Werkelijkheid is, één Werkelijkheid waarin verschillende uitdrukkingswijzen vrij en strijdloos naast elkaar optreden, én anderzijds volmondig te erkennen dat een relatie van tijdelijke ongelijkheid in feite onontbeerlijk is, kan overdracht helemaal doorstraald worden. Het werkelijke leren valt hier samen met genade.

Leraar-leerling verhouding

Gebruik je leraar goed

blauwhandDe band met een leraar is bijzonder en kan veel voor je betekenen. De leraar-leerlingverhouding is een tijdelijke vriendschap die uiteindelijk eindigt in het ontdekken van het guru-principe in jezelf. Een heldere essentie die richting geeft aan je bestaan. Misschien het best te omschrijven als een subtiele substantie die bestaat uit zuiver kracht en kennendheid met een oneindige diepte.

De leraar heeft als doel je te wijzen op waar je het best kunt kijken en hoe je je aandacht efficiënt gebruikt om tot essentie te komen. De leraar is er ook om je steunen en je problemen te dragen in de soms moeilijke weg naar vrijheid.

Waarom zou je alles opgeven voor iets wat misschien niets oplevert? Deze vraag is niet bevredigend te beantwoorden door een leraar. Het enige wat werkt is je overgeven aan je innerlijke impuls om jezelf te realiseren en te vertrouwen op de leraar. Dat is niet niks. Continue Reading

Ik ben, Leraar-leerling verhouding

Ik ben

Wat betekent het om aanwezigheid, bewustzijn, ik ben of in het moment te zijn?

Om dit raadseltje werkelijk op te lossen is het in de meeste gevallen nodig om tijdelijk een leraar te hebben. Hij of zij wijst je direct en in het moment op ‘wat je bent’. Het is zo compleet simpel dat het lachwekkend is wanneer je het realiseert. Lezend en pratend te komen tot deze simpelheid is moeilijk, omdat het denken al een ‘er overheen kijken’ is. In elke ervaring is de diamant van zelfverwerkelijking te ontdekken. Het vergt een korte enkelvoudige concentratie en een vertrouwen in de leraar.

Je hebt niets te verliezen en je zult er geen spijt van krijgen. Stop met lezen en praten ga eens werkelijk in je ervaring naar deze diamant zoeken. Het is dichterbij dan je denkt. Sterker nog, jij bent het. Nu.

 

 

Essentie, Leraar-leerling verhouding

Persoon van essentie

De potentie van het menszijn is eenvoudig en groot. Er bestaat een persoonlijke groei die gemaakt is van essentie. Essentie is intelligent, krachtig, sereen, aanwezig, vol, zacht, flexibel, versmeltend, oneindig en in de wereld. Een persoon van zijn is volledig authentiek, identiteitsloos en in het moment. Deze persoon is volledig nu. Ongrijpbaar, rijk en ondefinieerbaar. Een persoon van essentie leeft moeiteloos en past zich voortdurend aan. Er is geen persoonlijke herkenbare kern meer en toch is er een volledig adequaat functioneren in de wereld. Deze persoon staat volledig op zichzelf en heeft geen erkenning of spiegeling nodig. Er is zijn.

Om dit zelf te ervaren is er vaak een tijdje iemand nodig die deze essentie is, zodat jouw essentie gespiegeld en erkent wordt. Door deze spiegeling en erkenning kan jij als essentie groeien en integreren. Dat is de rol van een leraar.

Leraar-leerling verhouding

Leren van een leraar

Het belang van het hebben van een leraar zit hem in het contact. Het werkelijk getuige zijn van het leven van de leraar. De realisatie is voor elk mens en elke leraar hetzelfde. De uitingsvormen zijn uniek. Het is deze uniekheid in de details die de kennis helder en praktisch maakt. De praktijk leidt uiteindelijk naar het ongeziene. Hoe denkt jouw leraar over relaties, hoe gaat hij om met geld, met mensen, met sex, met macht, met het dagelijkse leven, etc. Het zit hem niet zozeer in de inhoud van de dingen die hij doet, maar in de manier en de houding. Deze zijn direct te herleiden en in te voelen naar ‘’zijn’ en de dieperliggende waarheid. Daarom is het zo belangrijk om een paar jaar bij iemand in de leer te zijn. Een boekje lezen van een leraar geeft een mentaal inzicht, maar leidt meestal nergens heen.

Leraar-leerling verhouding

Narcisme

Narcisme ontstaat als afweer tegen de pijn van separatie van de moeder zo rond het 2e jaar. Het gebruikt de essentie grootheid om de pijn van het ‘alleen zijn’ en ‘het niet gezien worden’ te kunnen dragen. Rondom deze afweer wordt een bouwwerk gemaakt wat we de ‘persoon’ kunnen noemen. Dit bouwwerk moet de hele tijd bewonderd en gezien worden door anderen, omdat het van zichzelf geen echte kracht heeft.

Tussen de ‘persoon’ en ‘essentie’ zit een ‘leegte’. Op een gegeven moment ontstaat er een innerlijke drang om ‘essentie’ te ervaren. Een leraar (of een andere hechtingsfiguur) die zijn ‘essentie’ ontdekt heeft kan hier een belangrijke rol gaan spelen. Eerst zal de leraar de narcistische persoonlijkheid empathisch spiegelen, zodat er enige stevigheid ontstaat in de leerling en in de band met de leraar. Wanneer er een goede band is kan het echte werk beginnen. Alle identificatie met eigenschappen zoals uiterlijk succes, arrogante intelligentie en grootheid zullen geconfronteerd worden met als gevolg gevoelens van leegte en een projectie van haat en machteloosheid ten aan zien van de leraar. De innerlijke drang om ‘essentie’ te ervaren is echter de werkelijke guru en houdt het proces op de rails. Het nut van deze confrontatie en afbreken van de identificatie met het narcisme is dat de narcistische structuur langzaam doorzien wordt en de focus komt liggen rondom ‘essentie’ (aanwezigheid, autonomie, vreugde, liefde, stilte, kracht, oneindigheid, etc). In het spiegelen van narcisme is het belangrijk om de gevoelens van ‘grootheid en alwetendheid’ niet te ontkennen, maar ze los te koppelen van de persoon en het in hun vrije toestand te ervaren. De essenties ‘grootheid en alwetendheid’ zijn subtiele substanties die het lichaam voeden. Alle essenties zijn bouwstenen van het fysieke bestaan en in hun vrije vorm vele male groter en krachtiger dan het narcistische patroon.

In mijn relatie met mijn leraren ben ik meerdere malen heftig geconfronteerd met mijn narcistische arrogantie. Eerst ontstonden er gevoelens van vernedering en onzekerheid en in het doorzien van mijn narcistische structuur ontstond er eerst een gevoel van overgave en daarna een stevig gevoel van ‘zijn’. In dit ‘zijn’ ontvouwt alles zich moeiteloos in subtiliteiten totdat het ware zelf op de voorgrond treedt.

In de ervaring van jezelf als ‘essentie’ vallen de behoeftes aan bewondering, gezien willen worden en een gelijke willen zijn steeds meer weg. Er ontstaat een ‘versmolten zijn’. Een zachte krachtige kwetsbare vreugdevolle persoon zonder grenzen.

Leraar-leerling verhouding

De groep, de leraar en zelfrealisatie

sachalinneageWerken aan zelfrealisatie gebeurt meestal in een groep mensen met een leraar. De context van het samenzijn is een kader waarin het zelfonderzoek gebeurd. Deze context kan verschillen van geen weinig regels tot veel regels. Beide manieren werken en het ligt er maar helemaal aan wat er bij je past. Ik ga in dit stukje een groep beschrijven met veel regels.

Een groep.
In een groep met een leraar kan het proces van zelfonderzoek enorm versnellen.

 

Een belangrijk aspect van een groep is het leren van elkaar;

–          ‘fouten’ bij de ander vaak sneller worden gezien dan bij jezelf
–          discussies over de aangeboden lesstof  werken verhelderend
–          de groepsdynamiek legt allerlei patronen bloot

De leerlingen groeien van elkaar en de leraar. De leraar leert van de leerlingen. In de groep is iedereen afhankelijk van elkaar. Om deze reden is een ‘fout’ van iemand in de groep ook de fout van iedereen. Andersom is de realisatie van iemand in de groep een verdienste van  de groep. Er heerst tegenwoordig in het westen het idee dat elk individu verantwoordelijk is voor zijn eigen welzijn, in realiteit is het een wederzijdse afhankelijkheid. Vandaar dat dit werk meestal gebonden is aan een groep. Continue Reading

Leraar-leerling verhouding

Pointers

Ik ben het absolute.

Mantras zijn klanken die innerlijk resoneren naar vrijheid. Zingen is een gebed.

De sadguru brengt je van de illusie naar de werkelijkheid. De werkelijkheid is dat jij bewustzijn bent. Deze hoogste teaching is traditioneel gratis en voor iedereen. De realisatie zelf is zo subtiel dat het buiten het intellect, de zintuigen, het gevoel en percepties om gaat. Hoe kun je dit dan realiseren? Door alles vast te houden wat het niet is. Wat overblijft is wat je bent, misschien het best te beschrijven als aanwezigheid.

Aanwezigheid is er altijd en het geluk van deze eenvoud brengt een eenvoudig leven. Probeer anderen te helpen en wanneer je dat op dit moment in je leven niet kunt, omdat je zelf hulp nodig hebt probeer het lijden van anderen dan in ieder geval niet te vergroten.

Kijk naar het leven van je leraar. Dat zegt meer dan de boeken en de woorden die hij of zij zegt.

Wees dankbaar voor je moeder. Ze heeft je op de wereld gezet. Maak kleine opofferingen in je relaties en help je moeder, je partner met jouw liefde en wijsheid. Denk aan je guru als je het even niet meer weet.

Leef een simpel leven.