fbpx

Het verhalende zelf bestaat uit een mechanisme wat problemen zoekt om ze vervolgens op te lossen en het vergelijkt met anderen. Het verhalende zelf maakt hier een verhaal van. 

Het oplossen van problemen en het vergelijken met anderen heeft als referentiepunt het overleven in de wereld. Het ervaren van een opgelost probleem, succes of waardering geven een kort positief gevoel. Vandaar dat dit verhalende zelf zo sterk is. Het is een verslaving aan korte termijn genot. Dit verklaart ook dat onze cultuur voornamelijk bestaat uit problemen oplossen en succes nastreven. Het succesdenken is zo normaal dat het nauwelijks wordt onderzocht, terwijl het ook een enorme bron van ongeluk is.

Het lichamelijke pijn en genot principe is gebaseerd op overleven en wordt voortgedreven door de (onbewuste) angst voor de dood. Het vermijdt pijn en het streeft genot na. Rondom dit mechanisme ontstaat een mechanisme van een verhalend zelf die een afgescheiden idee maakt van een persoon (lichaam, denken en voelen) met een identiteit in een wereld. Dit verhalende zelf met bijbehorende emoties is bij de meeste mensen de kern van de identiteit.

Wanneer dit verhalende zelf even stopt of afneemt wordt dit meestal ervaren als een spirituele ervaring van helderheid, leegte, stilte of een andere eenheidservaring. Het onderscheid van een ik en de wereld valt weg. Er is een gevoel van meer zijn dan het lichaam.

Voor iemand met een christelijk achtergrond kan het aanvoelen als een samenvallen met het grotere, voor een boeddist kan het aanvoelen als een lege ruimte en een atheist kan een gevoel van samenvallen met de natuur ervaren. In alle gevallen wordt de identificatie met het verhalende zelf vervangen door iets anders. Wanneer dit verhalende zelf gezien wordt voor wat het is ontstaat er een gevoel van fundamenteel welzijn en een ervaring dat jij iets anders bent dan al die verhalen. Meditatie en kennis over het verhalende zelf helpen om dit fundamentele welzijn meer in het moment te ervaren.

Het verhalende zelf start vanaf het moment dat het geheugen begint te werken rond het derde jaar. Dit betekent dat het verhalende zelf voor een deel uit oude kennis bestaat. Het menselijke functioneren is veel meer afgestemd  en vloeiender wanneer het spontaan reageert in het moment. Het lichaam verwerkt biljoenen prikkels in het moment. Het verhalende zelf wordt gemaakt uit een fractie van die informatie en is altijd beperkt. Vandaar dat het leven met de aandacht in het lichaam een betere optie is dan het eenzijdig volgen van dit verhalende succes denkende zelf.

Fundamentele welzijn ontstaat in het realiseren dat jij iets anders bent dan deze verhalen. Dit fundamentele welzijn is een bewustzijn van de tijdloze en probleemloze toestand in het nu. Dat jij DAT bent. In mijn ervaring is die realisatie er altijd bij iedereen. Het is alleen zo subtiel dat je er overheen kijkt.

Dit betekent overigens niet dat je dan geen taken meer kunt uitvoeren en geen succes meer kunt hebben. Taken uitvoeren is namelijk een ander netwerk in de hersenen en dat functioneert meestal zelfs beter wanneer het verhalende zelf afneemt. Hieronder een filmpje wat het helder toelicht.

 

Share This